Doelgroepdenken
Bij Marketing & Communicatie TU Delft zijn we altijd bezig met onze doelgroepen en hoe we die kunnen bereiken. Uiteraard willen we dat niet alleen weten hoe we berichten naar onze doelgroepen kunnen zenden (alhoewel dat nog wel te vaak gebeurt) maar vooral hoe we met mensen kunnen interacteren. De opkomst van de sociale media speelt hierbij een belangrijke rol.
Zijn waar de doelgroep is
Een van de uitspraken die ik altijd doe is dat we aanwezig moeten zijn waar onze doelgroep (al) zit en niet moeten willen proberen de doelgroep naar ons te laten komen zodat wij ze kunnen voorzien van informatie. Daarnaast is het daarbij voor mij ook altijd belangrijk dat we moeten weten wat de doelgroep wil weten. Een discussie over een onderwerp kan op een blog als geenstijl.nl een heel andere kant op gaan als een discussie over hetzelfde onderwerp op www.nujij.nl. Het is ook zo dat een bepaald onderwerp op www.hyves.nl wel iets kan doen maar niet op www.linkedin.
Doelen en middel juist kiezen
Een onderwerp als het serieus bij elkaar brengen van alumni van de TU Delft doen we dan ook op linkedin en niet op hyves. Het doel van het bij elkaar brengen en het zakelijke karakter van LinkedIn sluit bij elkaar aan. Hyves voelt als persoonlijk en prive, LinkedIn voelt als zakelijk persoonlijk en openbaarder (ook omdat LinkedIn gebruikt wordt als CV ).Het uitkiezen van een (sociaal) kanaal begint altijd met de doelen die je wilt bereiken. Het opzetten van een eigen PhD portal heeft hierdoor niet gewerkt, de onlangs gestartte LinkedIn groep voor PhD's slaat daarom wel aan.
Onlangs verscheen een onderzoek van het Amerikaanse Flowtown waarin een aantal demografische specten van sociale media in kaart hebben gebracht. Hierin zijn de zeven belangerijkste (Amerikaanse) sociale media sites uitgezet tegen:
- Geslacht
- Leeftijd
- Onderwijsniveau
- Hoogte van het inkomen
Ondanks dat het gaat om Amerikaanse cijfers geeft het wel een indicatie van het gebruik in Nederland. Door interpretatie van de cijfers wil ik proberen erachter te komen of we uitspraken kunnen doen voor de doelgroepen van de TU Delft.
Legenda
| Dit zijn de sociale media sites die gebruikt zijn in het onderzoek. Omdat dit voornamelijk in Amerika in gebruik zijnde sites moeten we een "vertaling" maken naar in Nederland veel gebruikte sites. Hierbij kunnen we bijvoorbeeld Facebook.com min of meer vergelijken met Hyves.nl en voor StumbleUpon ook del.icio.us lezen. Reddit is een social bookmarking website voor nieuwe dingen en vergelijkbaar met StumbleUpon, digg en del.icio.us. Omdat er een voting aan zit is het een maatstaf voor wat er "hot" is en wat "not". | |
Verdeling naar geslacht
In onderstaande afbeeldingen is een vierkantje een maat voor het percentage, het gaat dus om onderlingen verhoudingen.
Hierbij valt op dat sites als Twitter, Myspace, Facebook en Ning bovengemiddeld worden gebruikt door vrouwen/meisjes. Dit zou kunnen betekenen dat vrouwen en meisjes eerder geneigd zijn allerlei onderwerpen met anderen te delen, als het maar binnen het eigen netwerk is. Ook valt op dat mannen/jongens veel meer geinteresseerd zijn in nieuwe dingen, het delen en het raten daarvan.
Verdeling naar leeftijd
Bij de leeftijdsverdeling valt op dat de 65 plussers (nog) niet aangehaakt zijn (we weten wel uit ander onderzoek dat dit een groeimarkt is). Wat verder opvalt:
- Als we Myspace vergelijken met hyves kunnen we duidelijk zien dat deze vooral door de categorie 0-17 wordt gebruikt en ook door de categorie 45-54. Dit zouden de ouders van de eerste categorie kunnen zijn.
- LinkedIn wordt het meest gebruikt door in de leeftijd van 35 tot 54.
- Facebook en Ning erg op elkaar lijken, met het verschil dat alles een categorie is opgeschoven (gebruikers van LinkedIn zijn ouder)
- Social bookmarking vooral wordt gedaan in de leeftijden 35-44
- Twitter vooral door 35-44 jarigen wordt gebruikt en in iets minder mate ook door 25-34. Gebruik van Twitter door 18-24 (doelgroep werving TU Delft) is verwaarloosbaar.
- Facebook gebruik bij 0-17 en ook bij 18-24 erg laag is. het gevoel dat Facebook tussen LinkedIn en Hyves ligt lijkt daarmee bevestigd.
Verdeling naar onderwijsniveau| | Ook hier moeten we interpreteren maar de vergelijking met het Nederlandse onderwijssysteem is zeker te maken. Opvallend in deze grafiek: - Gebruik van sociale media is aanzienlijk met enige universitaire opleiding (HBO werk- en denkwijze?).
- alleen als het stadium van een master diploma is bereikt houdt het op. Dit kan samenhangen met de leeftijd.
- De combinatie "some college" en Social bookmarking scoort bovengemiddeld hoog.
- Ook de combinatie Twitter en "some college"scoort hoog.
- Hoe lager het opleidingsniveau, hoe meer gebruik wordt gemaakt van vriendennetwerken.
- Bij mensen met een bachelors degree is LinkedIn populair als netwerksite. Social bookmarking wordt vooral op digg en StumbleUpon gedaan.
|
Verdeling naar inkomen- Blijkbaar is het hebben van een hoog inkomen aanleiding om niet bezig te zijn met sociale media. Ook hier kan de leeftijd een rol spelen.
- Bij de laagste inkomens zijn social bookmarking websites populair.
| |
Conclusie
uiteraard is het zo dat bij het trekken van conclusies het besef komt dat de cijfers en grafieken net niet zeggen wat je wil weten en dat je vraagtekens gaat zetten bij de validiteit en de manier van meten. Zo is er volgens mij een duidelijke trend waarneembaar dat de leeftijd ook bij het inkomen en opleiding van invloed is. Een paar conclusies wil ik toch wel trekken:
- Facebook hoeven we bij werving van potentiele bachelorstudenten niet in te zetten
- We moeten kijken naar de (mogelijke) effecten van social bookmarking
- Twitter wordt vooral gebruikt door zittende studenten, medewerkers en de werkende gemeenschap
- We moeten beter gebruik maken van vriendennetwerken voor onze doelgroepen scholieren en studiekiezers